Ik zie ons nog staan in de prenatal. Mijn man en ik voor het eerst in ons leven in zo’n veel te groot babypaleis. We gingen er ook echt wel een beetje heen voor de ‘expierence’. Leek ons ook wel grappig, allemaal verliefde stelletjes met dikke buiken. Die allemaal veel te veel geld uit gingen geven voor hun, nu al, kostbaarste bezit.
Wij waren daar voor een kinderwagen. De verkoopster noemde terloops, mochten jullie vlot een tweede willen is dít wellicht een goede optie. Je kunt hem uitbreiden met een extra zitje.
We keken elkaar aan. Snel een tweede? Uhhh nee. Het traject naar deze eerste baby was niet helemaal vanzelf gegaan (al valt het in het niet bij de verhalen van vele anderen). Maar vlot een tweede leek ons niet echt aan de orde.

Ja…. wat kan ik zeggen. Dat liep anders;)
En zo kwam het dat we op de eerste verjaardag van onze zoon een fotolijstje tevoorschijn toverde om de aanwezige familie te laten weten dat wonder nummer 2 onderweg was.
Dat was wellicht wat vlot. In ieder geval vlotter dan wij van te voren verwacht hadden, maar we hadden geen seconde spijt.
En natuurlijk hoop je tijdens de zwangerschap dat je twee kids veel aan elkaar gaan hebben. Dat het matties worden in plaats van chronisch vechtende types. Zeker toen we wisten dat ook nummer 2 een jongetje zou worden.

Gister fietste ik met de oudste twee in de bakfiets terug van een ochtendje strand.
Ze hadden allebei een ijsje. Allebei een andere. ‘Mag ik die van jou proeven? mag jij die van mij proeven’. ‘Is goed’. En zo werden de ijsjes over en weer gegeven. ‘Oh die van jou is ook lekker!’. ‘Ja die van jou ook hoor’.
T kan aan mij liggen, omdat ik de moeder in kwestie ben, maar dan kun je me wegdragen hoor. Dat is toch te zoet!
En zo kan ik talloze momenten bedenken dat onze oudste twee echt zo lief zijn met elkaar. Even daarvoor hadden ze meer als een uur ongestoord samen gespeeld op het strand.
Ze hebben echt een sterke band. Denken bijvoorbeeld altijd aan de ander als ze iets krijgen in een winkel. ‘Mag ik er ook 1tje voor mijn broertje’?

Tuurlijk zijn het broers. En die hebben wel eens ruzie. Die leren samen hoe je stoeit, vecht en het weer goed maakt. Ze leren hoe je samenspeelt maar soms ook even alleen wil spelen.
Er zijn dagen bij dat we zeggen ‘zullen we ze even opsplitsen, niet te doen dit’. Omdat ze elkaar meer in de haren vliegen dan dat het gezellig is. Maar dat zijn de uitzonderingen. Is de een bij een vriendje spelen, vraagt de ander na een uurtje ‘komt hij al bijna terug’?
Hebben ze afzonderlijk iets van elkaar beleefd vragen ze met oprechte interesse ‘wat heb jij gedaan vandaag’? En dan de onderlinge humor. Als moeder zie ik er soms totáál de lol niet van in. Maar samen kunnen ze echt gieren om hun grapjes.

Mijn man en ik kijken elkaar vaak aan als ze weer eens ontzettende pret hebben samen.
‘wat is het toch mooi he’. En natuurlijk hopen we dat ze in het leven nog ontzettend veel aan elkaar gaan hebben. Dat ze op elkaar terug kunnen vallen als dat nodig is. Net zoals ze dat nu doen.

Vanmorgen was zoon nummer 3 wat humeurig. Horen we de oudste zeggen ‘ik ga hem even duwen in het speelkarretje, dat vindt hij leuk’. En toen de oudste het duwen voor gezien hield nam de middelste het over.
Ja, de jongste komt er iets minder vlot achter aan. En de band die z’n oudste twee broers hebben is misschien niet te evenaren. Maar met twee van zulke broers ben je toch ook de koning te rijk.
Onbetaalbaar en voor ons als ouders iets om bij tijd en wijle compleet bij weg te smelten.
Broederliefde.

Wil je weten wanneer er een nieuwe blog online staat? Volg mij op instagram.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.